1
To Retain / To Contain
De Fabriek, Eindhoven, 01-2016, 'She’d asked me why, I just went on ’n told her.'
Pendulum
Elementaire Delen
3
Surplus Matter / I Shall Remain Here
A Place of Consignation #2
Amanda van Wijk
A Deconstructable History
Tekst
The Redefining of Sculpture
Why,Why,Why,Why,Why.
A Place of Consignation #1
Where are you from, man?
A Matter of Time II
2
Constructive Memory
Deposition
Contact
Heritage?
Unsubstantial Floorplan of a Roman House 
Werk
Absolute Matter
Cv
The Redefining of Space
06-2015
05-2015
A.K.V. St. Joost, Breda, 07-2016, 'Graduation Show, Launch 2016'
4
vanwijkamanda@gmail.com
+31 (0)6 81774888
De Cacaofabriek,Helmond, 10-2016, 'Fresh CACAO'
‘A Deconstructable History’  - Reinstatement - Reposition - Residue  (There is no archive without a place of consignation, without a technique of repetition, and without a certain exteriority. - Derrida)
SBK KNSM, Amsterdam, 11-2016, 'Sprouts II'
C.V. 01.11.2016 Amanda van Wijk Geboren: 17 maart 1988, Gorinchem Woonachtig in Gorinchem  Opleiding: 2012 – 2016 Autonome Beeldende Kunst, A.K.V. St. Joost, Breda 2006 – 2008 Fietstechnicus   Exposities:    -     ’Trans-Constructie’ Assen, Juni 2017, expositie bij SMAHK, Stedelijk Museum voor Hedendaagse Kunst. -     ‘Grafiek en de Jonge Kunstenaar’ 's-Hertogenbosch, mei - juni 2017, groepsexpositie bij Willem Twee Kunstruimte. -      ‘Juncta Position’ 's-Hertogenbosch, maart 2017, groepsexpositie bij Willem Twee Kunstruimte. -         ‘A Place of Consignation’ Gorinchem, december 2016 - Februari 2017, Solotentoonstelling voor Symposion Gorinchem, Kruitmagazijnen. [if !supportLists]-        ‘Sprouts II’Amsterdam, november 2016, groepsexpositie Kunstuitleen SBK KNSM   [if !supportLists]-        [endif]‘Fresh Cacao’ Helmond, oktober 2016, groepsexpositie bij de Cacaofabriek.   [if !supportLists]-        [endif]‘AKV | St.Joost, Exposed’ ’s-Hertogenbosch, augustus 2016, groepsexpositie bij de Verkadefabriek.   [if !supportLists]-        [endif]Graduation Show ‘Launch 2016’ Breda, juli 2016, groepsexpositie eindexamen beeldende kunst.  [if !supportLists]-        [endif]‘She’d asked me why, I just went on ‘n told her’ Eindhoven, januari 2016, groepsexpositie vierde jaar beeldende kunst.   [if !supportLists]-      [endif]‘Hauptsache schwierig’ Breda, maart 2015, groepsexpositie derde jaar beeldende kunst.   [if !supportLists]-      [endif]‘Halverwege de berg’ ‘s-Hertogenbosch, december 2014, groepsexpositie naar aanleiding van minorperiode kunst en natuur.  [if !supportLists]-      [endif]‘Lokaal 2 plus 2’ Gorinchem, oktober 2014, groepsexpositie.   [if !supportLists]-      [endif]‘Civil provision!’ Belgrado, Servië, maart 2014, deelname groepsexpostie naar aanleiding van residentie.   [if !supportLists]-      [endif]‘Zonder titel’ Breda, december 2013, groepsexpositie tweede jaar beeldende kunst.     Andere activiteiten:  [if !supportLists]-        [endif]Curator  van de exposities  ‘Graduation Show Launch 2016’, Breda en ‘She’d asked me why, I just went on ‘n told her’, Eindhoven.  [if gte mso 9]> Normal 0 false false false EN-GB JA X-NONE
 Work in ProcessHet maken van kunst is een proces dat ik, in mijn praktijk graag vergelijk met een conjuncturele beweging die we kennen vanuit een economische duiding; ‘Boom, warning, crisis, turnaround’. In dit cyclische proces is het ontwaren van parallellen middels het procesmatig werken binnen deze begrippen, alsmede het begrijpen van het werk vanuit de analyse van belang. Het eerste begrip, ‘Boom’, beschrijft de groei, de persoonlijke aanleidingen. Het gaat over afkomst en herkomst. Het existentiële vertrekpunt van de maker. Beschrijft hoe nodeloze herinneringen monumenten worden (of nodeloos blijven). Conservering en reconstructie hebben altijd nader tot mij gestaan dan de verbeelding. Allereerst vertrekkende vanuit de weemoed, vanuit het sentiment, maar daarna voornamelijk om te dienen als rationele constructie, als pragmatische methode om het leven vorm te geven. Ons zelfbehoud arrangeert de fundamentele herinnering; er wordt verleden toegekend en het zal het individu kenmerken. Ik heb het hier over het moment wanneer je er op het moment zelf bewust van wordt dat je een herinnering maakt, zoals wanneer je voor de allerlaatste keer een huis inkijkt, voordat je voorgoed de deur achter je dichttrekt. Je kijkt dan eigenlijk in het nu al achterom, omdat je reeds weet dat het een belangrijke herinnering zal gaan vormen. De zichtbare betrekkelijkheid van tijd, korte processen tegenover langdurige processen, in beide gevallen nochtans relatief, werpt ons terug op deze basale existentiële vraagstukken. De mens is nauw verweven met zijn omgeving. Dat waar we ons mee omgeven en de omgeving waarin we geworpen zijn. Dat wat de mens is, het subject. Dat wat de mens wil zijn, professie; we verantwoorden ons bestaan in onze arbeid. En waar de mens zich bevindt; tussen de materie; het object, bepaalt tenslotte onze perceptie. We begrijpen altijd vanuit een bepaald perspectief, vanuit bepaalde context, vanuit een verzameling van elementen. Het zijn de variabelen die waarde representeren in een verzameling, gelijk aan een wiskundige formule. In de ‘Warning’ vindt het definiëren plaats; het omschrijven of kenmerken van een begrip vertrekkend vanuit de ervaring; de praxis ofwel de arbeid. Een mensenleven of misschien een kunstwerk, laat zich soms nog het beste omschrijven als een zucht; als een ademtocht die de verschillende deeltjes lucht bundelt, kortstondig, tot ze weer vervallen in hun oorspronkelijke diffuse toestand. Ik denk dat we kunnen zijn door het verlangen iets te worden. Dit is een belangrijk aspect in mijn leven en bepalend voor  de manier waarop het kunstenaarschap zich daarin manifesteert. Arbeid is een excuus, een affirmatie met de zinloosheid van het bestaan. De tijd die het kost om iets te maken, of de tijd de het kost om je ergens in te bekwamen, gaat uit van een doel-middel principe. Waar we ons mee bezighouden is dat waarvan we denken dat het op dat moment betekenisvol is. Het maakproces is voor mij een manier om tot begrip te komen middels vorm en inhoud. Een tijdelijke interesse voor een bepaald onderwerp, of zeg maar specialisme, verandert de perceptie en ontluikt nieuwe schoonheid in het dagelijks leven. Gelijk aan een kunstschilder die na uren intensief bezig te zijn geweest met zijn schilderij, naar buiten stapt en de kleuren en het licht intensief zal ervaren, zo is dat ook het geval wanneer ik me bijvoorbeeld verdiep in een specifiek bouwkundig element, denk hierbij aan fundamenten, contreforts, ornamenten, architraven, kroonlijsten, muurankers en dakgoten. Wanneer ik zo’n bouwkundig element reproduceer maakt de letterlijkheid, dat wat we direct in het beeld herkennen, dat we eerst voorbijgaan aan het object. De beschouwing richt zich allereerst op waar het naar verwijst. Die letterlijke verwijzing naar dat wat we kunnen kennen, zegt nochtans niets over hoe we dit metafysisch zullen begrijpen, maar geeft daar wel de richting  in aan. Want wat kunnen we kennen vanuit het collectief, vanuit ons archief, en welke betekenis heeft dat? Op dit punt in de cyclus zijn de ontstane beelden gedetermineerd, verwijzen slechts naar hun oorsprong, zijn fundamenteel, maar functioneren ook bijna als negatief naar zijn omgeving. Daarmee begeeft het zich in een gevaarlijke positie van zowel zelfbevestiging als ontkenning van zijn positie in de context. Vanuit deze gevaarlijke positie komen we in de ‘Crisis’, hier ga ik verder in op afzonderlijke elementen die normaliter in mijn werk als vanzelfsprekend met elkaar verenigd zijn. Alles valt uiteen, gaat weer terug naar moleculair niveau. Alles wat ik zorgvuldig bijeen heb gebracht zweeft nu, in mijn atelier, in fragmenten om mij heen. Sculptuur is weer terug materiaal geworden en het restmateriaal, maar ook foto’s, schetsen, toevallig of minder toevallig aanwezige objecten in het atelier worden in potentie gelijkwaardig aan elkaar. Dit is het moment om wederom ontvankelijk te zijn voor indrukken, voor alles wat er in het atelier om mij heen zweeft. Ik heb vaak gezegd dat mijn sculpturen in hun vorm moeten verwijzen naar een realiteit, een werkelijk bestaan. Maar wat is dan die realiteit? Ik denk dat ik daarmee doel op de fragmenten, delen van een geschiedenis. Herkenbare stukken uit de architectuur die ons omringt. Maar waar wordt dit meer dan slechts een anachronistisch rudiment? Wanneer en waarom gaan wij waarde hechten aan overblijfselen die eigenlijk een andere tijd toebehoren? Wanneer wordt die geschiedenis actief deel van onze identiteit? Net als mijn atelier is de wereld een voortdurende bouwplaats. We kunnen slechts voortbouwen op en met de brokstukken van de geschiedenis. Ik kan slechts tijdelijk samenvatten hoe de wereld eruit moet zien waarop we verder kunnen bouwen. Dit brengt ons bij het laatste stadium, de ‘Turnaround’. Deze is het meest actief contemplatief: het omkijken leidt tot de herdefinitie. Alles wat fluïde is krijgt na heroverweging weer de mogelijkheid in een andere vorm te stollen. Er is mogelijkheid tot re-assemblage. Het behouden van elementen uit een ver verleden is het gestalte geven aan iets waarvan we eigenlijk al vervreemd zouden moeten zijn geraakt. Het plaatsen van ankerpunten voorkomt dat we onszelf terugvinden in een eindeloos durend nu. Het toe-eigenen van de geschiedenis, en daarmee bedoel ik conserveren, bewaren, is een niet te ontkennen fundament waarop voortgebouwd dient te worden. Het telkens terugkeren naar een grondbeginsel, is daarmee nooit een tabula rasa, maar een rijk aan elementen gevuld fundament. Dit is de basis van waaruit we kunnen gaan herzien. Architectuur en archief zijn daarbij begrippen die, op dit moment, belangrijk zijn in mijn studie. Beide woorden afgeleid van het Oudgriekse archè, wat letterlijk ‘begin’ betekent en in de Griekse filosofie het begin van de wereld duidt als de oerstof die het eerste principe van alle materie omhelst. Ik gebruik deze begrippen in mijn werk om tijdslagen te kunnen weergeven. Deze tijdslagen zijn denk ik in hoge mate vergelijkbaar met de processen die op meerdere niveaus worden doorlopen. Door hier onderzoek naar te doen in beeld en daarmee te pogen parallellen te ontwaren, worden spanningen zichtbaar die met het verstrijken van tijd te maken hebben. Een relatief korte periode van tijd kan zo worden afgezet tegen een relatief lange periode van tijd in een poging daar enige waarde aan te kunnen geven. Dit geheel is een cyclisch proces dat in alle stadia kan resulteren in voorlopige, doch niet vrijblijvende, conclusies in beeld.  Elke uitkomst beschouw ik als ‘work in process’. Elke uitkomst van dat proces kan een werk zijn en wordt voorwaardelijk zodra het wordt tentoongesteld. Een kunstwerk wordt hiermee autonoom doordat het geplaatst wordt. Geponeerd in een ruimte, met veel of weinig context. Vanaf dit punt is de maker acuut beschouwer geworden. De maker is dan gelijkwaardig aan de beschouwer daar hij evenredig intrinsiek deel uitmaakt van het verhaal. Elke verwijzing naar de maker kan enkel bestaan binnen het beeld, alles daaromheen is overbodig; niet relevant. Het beeld spreekt, vanaf dit punt, voor zichzelf, staat volledig open voor de individuele perceptie van de beschouwer, het mag meerduidig zijn. EndFragment
03-2015
"Archive"
5
Kruitmagazijnen, Gorinchem, 12-2016 - 02 - 2017, 'A Place of Consignation'
"Zonder Titel"
"Error"
"For Immanuel" Film 04:03
"I Shall Remain Here II"
Willem Twee Kunstruimte , 's-Hertogenbosch, 03-2017, 'Juncta Position'
Willem Twee Kunstruimte, 's-Hertogenbosch, 5-2017, 'Grafiek en de Jonge Kunstenaar'
SMAHK, Stedelijk Museum voor HedendaagseKunst, Assen 6-2017, 'Trans-Constructie'